
We kregen een reactie van de landen en regio's in licht groen
Voor ons onderzoek schreven
we ongeveer 7000 scholen aan. De eerste grote groep van scholen (ongeveer 4000)
werd drie maal aangeschreven, de rest één maal. Binnen de scholen schreven we,
indien mogelijk, ook verschillende leerkrachten aan. Dit bleek vooral mogelijk
voor scholen in de Verenigde Staten. Het grootste deel van de scholen beschikt
namelijk op de website over een lijst van e-mail adressen van de leerkrachten.
In totaal werden dus voor dit onderzoek een goede 18.000 e-mails verstuurd.
Het aantal reacties op onze vraag is vergeleken bij het aantal verstuurde
e-mails, vrij laag. We kregen in totaal ongeveer 275 bruikbare antwoorden uit 43
landen.

Vrij snel werd duidelijk dat de bekendheid van beroemde Vlamingen de landsgrenzen niet overstijgt. Enkel een paar kunstenaars en wetenschappers zoals Mercator, Vesalius, Pieter Breughel de Oudere, Jan Van Eyck en Pieter Paul Rubens mogen wereldwijd op belangstelling in het geschiedenisonderwijs rekenen. Alle anderen zijn buiten onze grenzen nauwelijks bekend; zelfs niet in onze buurlanden.
Aan de hand van de grafieken geven we een overzicht van de reacties.
De wetenschappers
Op wereldvlak genieten alleen Vesalius en
Mercator een zekere bekendheid. Wanneer we dit bekijken in verhouding tot het
aantal reacties, kunnen we het volgende merkwaardige vaststellen.
Slechts in 18% van de Europese geschiedenishandboeken vindt men Mercator terug.
Voor Vesalius is dat slechts 11%. In vergelijking daarmee liggen de resultaten
in Noord-Amerika hoger: 28% voor Mercator en 20% voor Vesalius. Ook in Azië
scoren beide humanisten beter of even goed als in Europa. De cijfers zijn daar
echter op een geringer aantal reacties gebaseerd.
De andere wetenschappers zijn in de rest van de wereld zo goed als onbekend. Op
het totaal van de reacties zijn er slechts drie scholen die melden dat Baekeland
in hun handboek geschiedenis voorkomt; voor Ortelius en Quetelet is dat slechts
één maal. De Gerlache behoorde nergens tot de leerstof.


De kunstenaars
Een aantal beeldende kunstenaars uit de
late-middeleeuwen, renaissance en barokperiode zijn inderdaad werelderfgoed.
Ongeveer 45% van de leerkrachten geschiedenis blijkt in zijn of haar onderwijs
aandacht te hebben voor Pieter Breughel de Oudere, Pieter Paul Rubens en Jan Van
Eyck. De scores in vergelijking tot het aantal antwoorden liggen behoorlijk hoog
in de verschillende continenten. Alleen Memling, met slechts 5%, valt wat uit de
toon.
De kunstenaars uit latere perioden zijn heel wat minder aanwezig in de
geschiedenishandboeken. Zeker in Europa en Noord-Amerika. In Azië blijken
Benoit, Ensor (15%) en Horta op een zekere bekendheid te kunnen rekenen. Permeke
is buiten onze landsgrenzen niet bekend. De architect Horta haalt een score van
10% in Azië, slechts 4% in Europa en 2% in Noord-Amerika.
Peter Benoit, Jan van Ruysbroeck en Johannes Ockeghem kunnen op meer aandacht
rekenen in Azië dan in de rest van de wereld, waar ze nauwelijks aan bod komen.
Hun score ligt daar rond de 10% van het aantal scholen dat reageerde.
Conscience krijgt enkel twee vermeldingen in Nederland en is dus buiten onze
grenzen nauwelijks bekend.


Diversen
De drie personen die hier zijn
ondergebracht behoren niet tot een bepaalde categorie.
Pater Damiaan blijkt buiten Vlaanderen alleen maar bekend in Noord-Amerika.
Ongeveer 9% van de geschiedenisleerkrachten van de scholen die reageerden vinden
hem terug in hun handboeken. Uit de reacties uit de Verenigde Staten blijkt dat
Pater Damiaan alleen bekend is op Hawaï. Vrij logisch gezien zijn staat van
dienst daar.
Jansenius geniet een zekere bekendheid in Azië, waar 13% van de scholen die reageerden hem in hun handboeken terugvinden.
Eddy Merckx blijkt enkel in Europa te zijn doorgedrongen tot een aantal geschiedenishandboeken. Ongeveer 10% van de reagerende geschiedenisleerkrachten vinden hem daarin vermeld.


Politici
Ook onze geselecteerde
politici kunnen nauwelijks op belangstelling rekenen.
Jean-Luc Dehaene komt in ongeveer 4% van de Europese geschiedenishandboeken voor
en zijn partijgenoot Wilfried Martens iets meer dan 5%. De bekendheid van
Martens in Azië (13%) is opmerkelijk.
In 10% van de Europese geschiedenishandboeken komt Lamoraal van Egmont voor. Hij
is vooral bekend in Oostenrijk, Duitsland, Slowakije en Nederland. Ook in
Noord-Amerika en Azië geniet hij een zekere bekendheid.

