
Het
verloop van de oefening:
Met
deze oefening gaan we op zoek naar de aanwezigheid van bekende figuren uit de Vlaamse geschiedenis in geschiedenishandboeken die gebruikt worden
over de hele wereld.
We
gaan als volgt tewerk:
-
We
selecteren een relevante lijst van historisch belangrijke Vlamingen.
-
We
schrijven een kort curriculum vitae in het Nederlands, het Frans en het
Engels
-
Met
deze gegevens maken we een website, aangevuld met foto's of afbeeldingen van de betrokken
personen en met gegevens over de uitvoerders van het project (de leerlingen en de
leerkrachten). Op deze website kan iedereen de vordering van de oefening
volgen.
-
We
stellen een relevante lijst op van scholen die we wensen te contacteren.
-
We
schrijven deze
scholen aan via e-mail.
-
We
vragen de geschiedenisleraren van de aangeschreven scholen om, met hun
leerlingen, na te gaan in welke mate de door ons genoemde "Bekende Vlamingen" in hun
geschiedenishandboeken en/of cursussen voorkomen en in welke mate zij er
aandacht aan besteden (bvb. wordt Jan Van Eyck eventjes vernoemd of wordt er
een hele les aan besteed).
-
We vragen daarbij de bibliografische gegevens van
de betrokken werken en een scan van de omslag en de betrokken pagina's. Dit
beeldmateriaal wordt ons dan, eventueel voorzien van een noot rond de
verwerking ervan in de klas, via e-mail doorgestuurd.
-
We
plaatsen deze gegevens op de website, voorzien van de
nodige randgegevens en zorgen voor een bespreking van de resultaten bij het
afsluiten van de oefening.
Het is de bedoeling enkele honderden scholen aan te
schrijven, verspreid over de hele wereld. Op die manier krijgen we een beeld
van de Vlaamse aanwezigheid in het geschiedenisonderwijs, wereldwijd. Voor de
leerlingen betekent het dat zij de kans hebben met veel leeftijdgenoten van
over de hele wereld te communiceren. Dit is ook intercultureel een hele
verrijking.
Doelstellingen van het project:
- Kennis
verwerven
over de rol die Vlamingen spelen en speelden in de wereld. De oefening is
voor de leerkrachten en de leerlingen een middel om hun historische kennis
via een praktische toepassing op te frissen en aan te vullen. Het biedt ons
ook de mogelijkheid om na te gaan op welke manier men ons vanuit het buitenland
bekijkt, beschrijft en bespreekt. Dit geeft ons wellicht de kans om zowel
onze eigen als de buitenlandse mentaliteit(en) te onderkennen en te
begrijpen.
- Door
de veelvuldige contacten die we leggen met scholen, leerkrachten en
leerlingen bieden we onze eigen leerlingen de kans om zich op een praktische
manier te bekwamen in een aantal vreemde talen. Zij leren daarbij gebruik
maken van moderne communicatiemidden.
- Met
deze oefening willen we de leerlingen ook op een geleidelijke manier tonen
hoe je een dergelijk onderzoek opzet, hoe je het uitvoert en hoe je
uiteindelijk tot concrete resultaten komt. Aangezien het leerlingen van de
tweede graad ASO/TSO betreft, krijgen zij op die manier een voorbeeldoefening
waaraan ze, evoluerend van passief
naar actief, kunnen deelnemen. Dit voorbeeld moet het hen mogelijk maken om
nadien in de derde graad en later, wanneer ze verder studeren, met een zekere
ervaring aan dergelijke projecten te werken. Voor de leerlingen en de
leerkrachten is het ook een oefening in producerend leren. We moeten ons
bovendien de nodige technieken voor het voeren van een onderzoek eigen maken
gedurende het project.
Finaal
komen we tot een bijdrage aan de historiografie die ook anderen van
dienst kan zijn. Een dergelijk basisonderzoek, dat belangrijk
bronnenmateriaal aanbrengt, kan nadien onderwerp zijn van verdere studie.
- We
hopen ook in het buitenland een aantal blijvende contacten te leggen en
eventueel tot interculturele uitwisseling te komen. Het project kan immers
ook in omgekeerde richting opgezet worden waarbij bv. onderzocht wordt wat
er in onze geschiedenishandboeken te vinden is over beroemde Indische personen.
