Schilder
Geboren: Eindhoven rond 1525
Overleden: Brussel 5/09/1569

 

De artistieke loopbaan van Pieter Breughel was vrij kort. Er zijn ongeveer een vijftigtal schilderijen van hem bekend, onder andere: De toren van Babel; De spreekwoorden; De kinderspelen. Het jaar 1565 was voor Breugel het meest vruchtbare. Toen schilderde hij zijn beroemde landschappen. De belangrijkste daarvan zijn De twaalf maanden. Dit zijn zes grote panelen die elk twee maanden voorstellen. Vijf ervan zijn bewaard gebleven: Jagers in de sneeuw (december, januari), De duistere dag (februari, maart), Hooioogst (juni, juli), De oogst (augustus, september) en De terugkeer van de kudde (oktober, november). Deze vijf meesterwerken behoren tot het beste wat de Nederlanden op het vlak van landschapschilderkunst te bieden heeft.

Na deze grote serie volgden enkele bijbelse voorstellingen die zich in een landschap afspelen: De volkstelling te Betlehem (1566), De prediking van St.-Jan (1566) en Bekering van Paulus (1567). De schilderijen Boerenbruiloft (1565–1566) en Dansende boeren (1565–1566) tonen duidelijk hoe Breughel naar de figurencompositie overging. Deze treft men eveneens aan in Luilekkerland (1567), De misantroop (1568), De kreupelen (1568, Louvre, Parijs) en in het indrukwekkende De parabel van de blinden (1568). Allen zijn getuigenissen van een tot volle rijpheid gegroeid talent en van een grote, warme persoonlijkheid, die vol bekommernis om het lot van de mensheid, haar gebreken ook aan de kaak stelt. Andere opmerkelijke panelen uit Breughels laatste levensjaren zijn: De storm (1567) en Ekster op de galg (1568). 

Breugel kijkt in zijn werken naar het eigen boerenvolk en naar het land waarop dit volk zich een leven probeert uit te bouwen.